donderdag 24 november 2011

Proefhangen





Voordat we ons feestje gingen vieren in Dennenoord, vorige keer, was er eerst een 'blik in de schuur' om het naaiwerk te bekijken en de stand van zaken.
Er werd heel wat bepraat in de schuur, rond het werk, waaronder: "ja, dat ziet er zo wel goed uit, maar hoe is dat als je om hoog moet kijken, op 4 meter hoogte? Hoe ziet dat er dan uit?"
Zelf had ik altijd gedacht dat dat wel ongeveer hetzelfde zou zijn.
Eigen-wijs-heid betekend in mijn optiek ook opmerkingen van anderen tot je laten komen, en besloot met de reacties iets te gaan doen.


Nu hadden Wim en Biem ongeveer een maand geleden een paar katrollen met touwen op zo'n 4 meter hoogte bevestigd, voor als ik proeven wilde ophangen.
De tijd was daar om dit systeem te gaan gebruiken.




Voor het proefhangen heb ik een apart stukje gemaakt, inclusief dorp-met-kerk. Want daar waren ook vraagtekens bij. Door die vraagtekens was ik inmiddels zelf ook benieuwd geworden hoe dat er uit zou zien, een kerk-op-zijn-kop.


Proefhangstukje met wit kerkje-op-zijn-kop.


Door het proefhangen kreeg ik genoeg informatie: Ditte kon de dorpen gaan beschilderen, en Truus de kerken kleien!







vrijdag 11 november 2011

Feessie

Tijd voor een terugblik, en vieren van wat er allemaal al 'geklaard' is.
Tijd voor een klein feessie, in Dennenoord, waar het warm en knus was op deze koude november-namiddag.

In Dennenoord, vlnr: Riek, Nel, Wil en Corrie
Een terugblik naar het uitzoeken van de vachten die gesponnen moesten worden. En daarna het spinnen zelf: een enorme klus waarvan Lies, Grietje, Tiny en Ineke het leeuwendeel voor hun rekening hebben genomen. Ze hebben zich rot gesponnen.


Het verven van de wol. Tineke die hierover kon vertellen toen ze door een man bij Tienhoven werd aangesproken voor het kaalplukken van een grote boerenwormkruid-plant. Waarop de man verzuchtte: "ik hoop niet dat je elk jaar een kaart van Texel gaat verven". Hij genoot ieder jaar weer van de gele kleurenpracht.
En Nieteke die de kleur van de poldertjes rond De Koog maar niet goed kon krijgen. De 'niet goed kleuren' bleken 'wel goed kleuren'; ik heb ze allemaal in de Kaart kunnen gebruiken.


Het maken van het frame, wat ook een hele klus bleek te zijn. Samen met eerst Jan, en later Wim en Biem is het prettig gegaan en prachtig geworden. Het frame op zich is eigenlijk al een 'museum piece' en had zo in het museum kunnen hangen: ' IJzeren Kaart van Texel'.


Rebecca en Tineke
Mijn paniek toen de eerste breisels op pennen nummer 8 binnenkwamen. Als we zo door zouden gaan, zou ik zeker de helft gesponnen wol te kort komen!
Grotere pennen bleek de oplossing, de wol breit dan verder uit en de mogelijkheid bestaat om het meer op te rekken.
Er bleken meer voordelen aan te zitten: er was genoeg wol, het zag er veel beter uit, en het breidde veel sneller.
Voor veel breisters was het wel even wennen om met pennen nummer 15 te breien, toch een soort van kleine boomstammetjes zijn dat.


En nu het opnaaien van de breisels op het stramien. Weer een enorme klus.
Ik moet inmiddels erkennen dat ik de neiging heb de meeste klussen te onderschatten. Riet zei het laatst al tegen me: "Jij denkt dat alles zo gebeurt is'. Dat klopt, dat denk ik vaak. Alleen is het niet zo. Toen ik het er met Riek over had vertelde ze me dat haar moeder vaak zei: " Der benne viel werkies zonder naam." Ja, dat herken ik wel, er valt hier nog wel wat te leren voor me...


Naaiwerk bekijken, met op de voorgrond het ' Ouwe land'.  
De meeste spinsters, verfsters en breisters gaan gewoon door. Met naaien nu, de meesten liefst thuis. Grote rollen stramien met breisels erop gespeld nemen ze onder hun arm mee het atelier uit. En genaaid het atelier weer in.
Ook deze klus staat al weer behoorlijk op de rails dankzij de inzet van deze geweldige vrouwen.



zaterdag 5 november 2011

Meer breisters in beeld

Volledig dier
"Sorry als ik naar vis ruik", excuseerd Christine Koersen zich terwijl ze het atelier binnenstapt, "ik heb net de zeehonden gevoerd". Christine is dierenverzorgster en educatief medewerkster bij Ecomare.

Christine met  te breien wol voor het ' Oude land'
Voordat ze zeven jaar geleden op Texel neerstreek, werkte Christine op een melkschapen bedrijf in Exel. Daar heeft ze de waarde van wol leren kennen. Ze vindt het een fantastisch product, omdat je heel veel mee kan doen: spinnen, vilten, breien, knopen, haken, zonder dat je het dier ervoor hoeft te doden. En het is warm, zacht, isolerend, natuurlijk. Heel anders dan kunstoffen.


Eigenlijk heeft ze meer met landbouwdieren dan met 'wilde' dieren.
Ze heeft iets met schapen, ze vindt ze geweldig. Een schaap noemt ze een ' volledig dier': het geeft melk, wol, vlees en vachten. Ze maakt een vergelijking met de Kaart, wat ze een ' volledig project' noemt: materiaal, mensen die eraan werken, allemaal van het eiland, en het product wordt het eiland...(wat een mooi compliment).

"Een ander heeft YouTube nodig om dingen uit te vinden, ik heb mijn moeder, die kan me alles over handwerken uitleggen".
Ze breit graag en vindt de Kaart een prachtig doel om voor te breien. Het is niet alleen het eindproduct wat haar aan het breien houdt. Na een dag hard werken vindt ze het heerlijk om te kunnen breien, het ontspant haar, het geeft haar weer energie.


Maggi
"Ik hou niet van sokken breien", zegt Nel Boersen, "want als je er eentje klaar hebt moet je er nog een precies hetzelfde breien".
Nel Boersen
Nel houdt niet van dingen na maken. Een voor-geprint borduurpatroon laat ze links liggen, maar een telpatroon pakt ze wel op: "want dan zie je het werk groeien" zegt ze, en dat boeit haar.
"Je zult het werk nu wel zien groeien", zegt ze dan ook enthousiast als we het over de Kaart hebben. En dat klopt, de Kaart 'groeit', volgende week komt ze het bekijken.


Negenentwintig jaar geleden begon Nel als vrijwilligster bij het Rode Kruis. Ze is zelfs een tijdje afdelingsvoorzitster Sociale Contacten geweest. 
Als vrijwilligster bezoek je mensen, en biedt ze de mogelijkheid handwerkproducten te maken voor het Rode Kruis. Het Rode Kruis zorgt voor de materialen en hiervan worden dan schortjes, kleden en sokken gemaakt, die verkocht worden op markten en op de folklore.


Van die materialen blijven vaak wat resten over. Nel zoekt uit deze 'ressies' wat mooie combinaties bij elkaar en haakt daar weer pannenlappen van. Het patroon is helemaal eigen ontwerp.
Van de babysokjes die ze op de pennen heeft staan heeft ze een basispatroon. De variaties hierop bedenkt ze zelf. Het levert een bijzonder gevarieerde hoeveelheid sokjes op, waarvan geen paar hetzelfde is.
"Een beetje van Maggi en een beetje van mijzelf", zegt Nel zelf over haar werkwijze.


Verassinkjes
"Sokken breien zit in mijn familie", zegt Riet Broersma.


Riet Broersma
Voor haar moeder was het zelfs een teken van leven. "Ik denk dat ik dood ga, want ik kan niet meer breien", zei ze op een dag tegen Riet. "Zou jij de sokken die ik op de pennen heb af willen maken?" Dat heeft Riet gedaan. Haar moeder ging toen echter niet dood, ze is naar een verzorgingshuis verhuisd en heeft daar nog zeker 30 paar sokken gebreid.


Als kind moest Riet iedere dag na school10 toeren sokken breien. En op zaterdag 20 toeren, 'want dan had je toch vrij'. Zwarte sokken werden er gebreid, voor haar vader.
Om het breien te stimuleren had haar moeder diep in iedere bol, aan het begindraadje, een klein verrassinkje geknoopt in de vorm van een armbandje, bedeltje of iets van die aard. Nieuwsgierig als ze was plukte ze altijd nog ver voor het eind in zicht was door de bol heen om te kijken wat deze keer de verassing zou zijn.


Niet alleen handwerken, maar ook met haar handen werken is Riet niet vreemd.
Als meisje van 14 jaar ging ze op de fiets van 't Horntje naar Den Burg om daar huishoudelijk werk te doen in een gezin. Eerst de witte was op de hand wassen en daarna de bonte was, ook op de hand. "Je wist toen niet beter", zegt Riet er nu over.


Riet heeft  sokken op de pennen staan, babysokjes. "Ach, dat is niks", zegt ze erover, "in een klein uurtje heb ik er eentje klaar".



zaterdag 29 oktober 2011

Van ijzerwerkplaats naar textielatelier

Een metamorfose, dezelfde werkplek, een andere functie.
Eigenlijk zit ik in een koelcel te werken. Niet dat het er koud is, maar dat was de oorspronkelijke functie van de plek waar ik nu werk. Een koelcel voor bloembollen.
Het grote voordeel hiervan is dat het een goed geïsoleerde ruimte is, en als ik de verwarming aansteek (een terrasverwarmer op flessengas) dan blijft het er lekker lang warm.


Grietje Trap en Lies Bremer in het ' textielatelier'
De schuur op de Rozendijk heeft veel meer voordelen. Zo is er buiten de ruimte van alles wat ik kan en mag gebruiken: een keuken met koffieautomaat, stoelen, pallets, bakstenen, platen hout, tot een heftruck aan toe die we in hebben gezet om de fotograaf van de Texelse Courant op grote hoogte te brengen voor het maken van de mooie foto laatst. 
En als ik iets opgelost wil hebben bel ik gewoon Werner Dros, de eigenaar op. Die is er voor elk probleem, wat ook de slogan voor zijn bedrijf is. Veel dank voor de vele mogelijkheden en de creatieve oplossingen aan mijn zus Frieda en haar man Werner, de eigenaren van deze fijne plek.


De herfst is nu echt gekomen, en daarmee ook soms kou.
Hadden we bij het ijzerwerk de deuren open en werd er gelast op de rijing, nu houden we de deuren dicht zodat de warmte bij ons blijft. Het heeft iets knus's.


Water knopen, wegen naaien, dijken lijmen.
Water knopen


De spinsters zijn naaisters geworden: Tiny naait de Pontweg aan elkaar, en Lies en Grietje de Prins Hendrikpolder op het stramien.
Ik richt mij op het maken van 'naaipakketten', stukken stramien ( een hele grove, stijve borduurstof), met het breisel wat er op genaaid moet worden. Want ook de breisters willen wel naaisters worden. Gelukkig, want er is verschrikkelijk veel naaiwerk te doen!
De meeste breisters willen het graag thuis doen, vandaar dat ik die ' pakketjes'  voor ze maak.


                                                                   Stramien knippen voor de duinen.

Twee bevriende actrices uit Amsterdam, Mirjam Schilte en Tjitske Deinum wilde de drukte van de stad even ontlopen en kwamen een dagje naaien in de schuur. Ze kenden het eiland al een beetje. Als onderdeel van een fiets-en theaterroute speelden ze afgelopen zomer een hilarische voorstelling in een pipo-wagen op de haven van Oudeschild.
Ze vonden het rustgevend, zo wat handwerken in de schuur. Lekker een dagje afgesloten van de drukke wereld.


Tjitske en Mirjam naaien een stukje van het oude land op stramien.

Ook mijn neef Ed is een paar daagjes uit Amsterdam overgekomen, ook hij wilde graag een bijdrage leveren. Stramien knippen, groen verven, dijken knippen en erop plakken. Hij heeft zijn eigen dijken-maak-systeem ontwikkeld, en gebruikt bakstenen om de lijm mee aan te drukken.
Langzamerhand begon polder Waalenburg op Manhatten te lijken...


Ed in Manhattan.



zaterdag 22 oktober 2011

Ondertussen: meters breien.

Het breiwerk zit er bijna op, meters grasland en akkers zijn er gebreid.



Brei-club.
Het is al weer een maand of 7 geleden dat ik bij de brei-club van Oudeschild binnenstapte, op die avond gesitueerd bij een van de leden in t Horntje. Ik hoopte er dames te vinden die voor de Kaart wilde breien.
De Kaart was toen niet meer dan een maquette van het ontwerp op schaal.
We probeerden een beeld te vormen van wat het breien in zou kunnen houden, en ik kan mij herinneren dat een van de dames zei: ‘ let wel, de polder Eierland wordt groter dan deze deur’, wijzend naar een deur in de woonkamer. Het werkte verhelderend, en schrikte gelukkig niet af.

De club bestaat inmiddels 54 jaar en is ontstaan uit een ‘moedercursus’, waar jonge moeders en zwangere vrouwen konden leren ‘hoe dat allemaal moest, met kinderen omgaan en opvoeden en zo’.
De lessen in ‘leuke dingen maken voor en met je kinderen’ werd de geboorte van de club, daar zijn ze mee doorgegaan.

Wil Schellinger
Aanvankelijk waren er zo’n 7, 8 leden: ' verschillende kerkgenootschappen, allerlei politieke kleuren (dat was bijzonder, want Oudeschild was ‘ rood’), het was een kleurrijke mengelmoes', verteld Wil Schellinger.
Wil is een van de oude getrouwen, samen met Corrie Bakker, Riek Barhorst, Truus Hoogenbosch en Hendrika Koning komen ze iedere donderdagavond om de beurt bij elkaar thuis.
Wil, Corrie en Riek vonden het leuk voor de Kaart te breien. Hendrika richt zich meer op borduren en Truus heeft haar passie gevonden in keramiek.

Corrie Bakker
In de volksmond wordt het ‘de brei-club van Oudeschild’ genoemd, maar dat dekt op geen enkele manier de lading.
Door de jaren heen zijn er klokken, puzzels en kapstokken gezaagd en getimmerd, en toen origami in de mode kwam zou ‘ de origamiclub’ een beter passende naam zijn geweest.

Riek Barhorst
Prijzen wonnen ze, met de wagens die ze maakten voor Koninginnedag en Ouwe Sunderklaes.
Ze hebben er velen gemaakt, zo veel dat toen een van de kinderen gevraagd werd om als nep-paard te fungeren voor het trekken van zo'n wagen zijn nukkige reactie was ' wij moeten altoos as peerd...'.
De Gouden Koets zou een mooie wagen worden voor de optocht voor 'n Koninginnedag. In een schuur werd de koets gebouwd,  versierd met rozen van crêpepapier. In hun enthousiasme werd de wagen groter en mooier. Zo groot dat toen ie klaar was de deuren van de schuur er te klein voor waren….


Mijn moeder.
"Van wie heb je toch die creativiteit?" wordt mij wel eens gevraagd. Van mijn moeder dus.
Ik kan mij haar herinneren achter haar Singer naaimachine, kleren naaien voor mij en mijn twee zussen. In ruil voor een nieuwe jurk of rok namen wij wat extra huishoudelijke taken van haar over. "Dan kan ze doornaaien, en is mijn rok sneller klaar", dacht ik dan.
Bloemschikken, wandkleden maken, en vele jaren kantklossen. En breien, ze had altijd graag    'wat op de pennen'.
Door van Sambeek
In december wordt ze 90, ze heeft last van vergeetachtigheid, maar toen ze hoorde over het vele breiwerk reageerde ze enthousiast en wilde graag meebreien. Een flinke lap van het 'ouwe land' en het middelste stuk van Waalenburg lagen al na korte tijd op mij te wachten!

Meer breisters
Ditte Stolk, Bertha Brouwer, Christine Koersen, Nel Boersen en Riet Broersma hebben ook de sokken erin gehad met het breien.
Over hun vertel ik later.

donderdag 13 oktober 2011

Noord Zuid West Oost

"Hoe komt ie eigenlijk te hangen?", vroeg een vriend van me, "zoals het eiland in het echt ligt, neem ik aan?"
Ik had er nog geen moment over nagedacht. Michel de Vaan had al genoemd dat de kaart zo'n beetje Noord-Zuid zou komen te hangen, zoals het eiland ligt.
"Dan moet je de andere kant van het frame bekleden", ging mijn vriend verder.
De andere kant bekleden, hoe bedoelde ie dat?
Hij legde uit: als je de kaart hangt zoals het eiland in het echt ligt, dan moet de kaart in spiegelbeeld gemaakt worden.
 
 Spiegelbeeld.

Het heeft me heel wat hersenkraken gekost en heb vele malen de stafkaart boven mijn hoofd gehouden, voordat ik begreep wat hij bedoelde.
Het zit zo:
Als je de nieuwbouw van het museum binnenloopt dan ligt links van je de haven van Oudeschild en en ver rechts van je de duinen en het strand. Zo'n 20 kilometer achter je ligt de vuurtoren, en de boot enkele kilometers voor je. Als je de kaart dus zo in het museum op zou willen hangen, als het eiland in het echt ligt, zou ik 'm inderdaad in spiegelbeeld moeten maken.


Noord is Oost, Zuid is West.

Ik legde het voor aan Michel de Vaan, de man die het heeft bedacht een kaart onder het plafond in het museum te hangen. Hij kon mijn verhaal volgen en wilde er even over nadenken.
Hij belde snel terug met de boodschap de kaart niet in spiegelbeeld te maken. Na overlg met enkele van zijn collega's was hij tot de conclusie gekomen dat een kaart in spiegelbeeld te veel verwarring zou brengen. En de basisgedachte achter de kaart was juist herkenning en de mogelijkheid tot orientatie voor de bezoekers van het museum.
Voor mij betekende dit besluit minder en makkelijker werk; ik kon mijn tekeningen zoals ik ze gemaakt had handhaven. En ik hoefde niet in spiegelbeeld te denken, wat best lastig kan zijn.

Noord is West, Zuid is Oost

Mijn vriend had er meer moeite mee. Hij is gewend op eindeloze zeeen te varen en kaarten te gebruiken om te bepalen waar op de aardbol hij zich bevindt. Daar is een kaart tenslotte voor, en dan moet het noorden van de kaart op het echte noorden liggen, het oosten van de kaart op het echte oosten enzovoorts. Anders heb je er niets aan en weet je nog niet waar je bent.
Als je het zo bekijkt is het logisch de kaart te hangen zoals het eiland ligt, maar dat zou dan weer inhouden dat de kaart in spiegelbeeld gemaakt zou moeten worden. En een kaart in spiegelbeeld is nou net weer niet logisch als je wilt dat mensen dingen herkennen en zich willen orienteren. Kunt u het nog volgen?


Noord Oost Zuid West
Dus nu gaat de kaart Noord-Zuid hangen, zoals het eiland ligt, en Oost en West gedraaid, dus Oost wordt West en West wordt Oost.  Logisch toch?

In de krant

Afgelopen vrijdag, 7 oktober, op de voorpagina van de Texelse Courant:


Op de foto, links met de klok mee: Grietje Trap, Tiny Drijver, Wim Bos, Cynthia Winckelman, Ineke Gieles, Lies Breemer en ik.

'Beter kan niet', was de reactie van mijn 95 jaar oude vader.