zaterdag 24 december 2011

Waardevol handwerk.





Het is niet iets wat ik meteen vanaf het begin al had bedacht, maar ik begin me steeds meer te realiseren hoe bijzonder het eigenlijk is dat de Kaart helemaal door handen gemaakt wordt.
Een echt handwerk dus.







Handwerk wat meest in de vrije tijd wordt gedaan, door mensen met hun eigen expertise in spinnen, wol verven, ijzerwerken, lassen, knopen, breien, vilten, naaien, figuurzagen, glassnijder, kleien, schilderen.
Ik geloof dat ik niks vergeten ben...




Meer dan veertig handen helpen of hebben reeds geholpen dit werk zijn uiteindelijke vorm te geven.
Handwerk dat zijn eigen, mensenlijke tijd neemt.
Het biedt een mooi tegenwicht tegen de snelle, technische tijd waarin wij hier, in het Westen, in verzeilt zijn geraakt.



En het ontspant, geeft rust en energie, verzet de zinnen, geeft ruimte voor meditatieve gedachten. Dat zijn de reacties van de mensen als ik ze vraag wat ze nou zo fijn vinden aan spinnen, breien, naaien...
Dit geeft bezieling aan het werk, en daarmee krijgt de Kaart er een extra dimensie bij, vind ik zelf.

Eigenlijk wel een mooie gedachte, die ik  graag met u wil delen, op deze donkere, stille Kerstavond.

zaterdag 17 december 2011

Op de tv.

En dan wordt je zomaar gebeld door RTV Noord Holland. Ze waren getipt door een vriendin van me, en wilden een stukje over de Kaart maken. Meteen de volgende dag al, als dat kon.
Ik legde het Riek voor, die het weer meenam de breiclub in.
Dat leverde de volgende dag vier televisiesterren op: Riek, Corrie en Wil, en ik.

Jarno, de camjo (cameraman en journalist in 1 ) aan het werk in de schuur.

Op dinsdag 13 december werd het uitgezonden, op RTV Noord Holland, in Holland Diep.

Dit is de link:
http://www.rtvnh.nl/uitzending-gemist/tv/225/34455/Noord-Hollands+Diep
Het stukje over de Kaart is te vinden vlak voor de helft in het programma, na de reportage over de vermiste Kelly.

maandag 5 december 2011

Laatste 'grondwerk', eerste details

Bertha Brouwer heeft meegeholpen het 'grondwerk' voor de kaart te realiseren: ze heeft gebreid en de breisels op het stramien genaaid

Ontheemd en breien.
"Als ik de maten had zou ik 't zo kunnen breien", lacht Bertha Brouwer me toe terwijl ze me een plaatje van gebreide mannenonderbroek laat zien.
Ze heeft plaatje van een van haar kleinkinderen gekregen, die het weer van internet had geplukt. Echt iets voor zijn oma.

Bertha is geboren in Oudeschild. Toen ze na jaren in Oosterend gewoond te hebben weer naar Oudeschild terug verhuisde, heeft ze zich er ontheemd gevoeld. Er was in de tussentijd een hele generatie 'Skillers' geboren en getogen die ze niet kende. 
Want je kwam niet meer in Oudeschild als je in Oosterend woonde. Nou ja, een keertje wist ze nog wel. Met de kinderwagen, lopend, van Oosterend naar Oudeschild, op bezoek.
Eigenlijk heeft ze zich twee keer ontheemd gevoeld, eerst toen ze naar Oosterend 'emigreerde', en later toen ze 'terug-emigreerde' naar Oudeschild. De dorpen waren eilandjes op zich zelf.
Zo was dat, in die tijd.
Bertha in een zelfgebreide jas.
Bertha houdt van breien, het ontspant haar. Ze heeft altijd iets op de pennen, haalt brei-patronen en ideeën overal vandaan. Als vrijwilligster in het Maritiem en Juttersmuseum laat ze bezoekers zien hoe je sokken op vier pennen breit. Onder het breien door verteld ze prachtige verhalen over het wel en wee van vroegere tijden. Met recht kan je zeggen dat praten en breien een specialiteit van haar is.
Bertha breit ook voor de kerk: kussens, huissloffen, en babysokjes van haar hand worden s' zomers op zondagen in de Zeemanskerk verkocht.
En in de toekomst wellicht ook mannenonderbroeken op bestelling? Wel eerst even de maten doorgeven aan Bertha!


Als kind was ze vaak te vinden op de helling bij haar vader, die scheepstimmerman was.
Daar was ze gewend om te gaan met de knechten, en later, toen ze een baan kreeg bij de post, wist ze zich goed staande te houden tussen de postlopers.
Bertha kan prachtig vertellen, over bijzondere, grappige, gekke gewoontes en gebeurtenissen van vroeger, en over Oudeschild. Want daar is ze geboren.

Ze verteld over het werk dat haar vader deed: hoe hij vlas tussen de naden in de houten boten pikte, om ze waterdicht te maken. Breeuwen en pikken.
We leggen een link tussen mannenhandwerk en vrouwenhandwerk. Hoe al die stoere vissers ook netten kunnen boeten, knopen. Eigenlijk ook een breien, haken, maar als het die namen krijgt weer 'typisch vrouwenwerk' genoemd wordt.
Want hoewel ze goed met mannen kan, is ze een heuse ster in 'vrouwenwerk': breien, haken, naaien, het is er met de paplepel ingegoten door haar oma en haar moeder.
Ze heeft altijd iets op de pennen, en als ik haar vraag wat ze daar zo prettig aan vindt zegt ze: "het ontspant me, breien".

In het Maritiem & Jutters Museum weet ze haar talenten goed te combineren. Als vrijwilligster breit ze er sokken op vier pennen en verhaald de bezoekers al breiend over het wel en wee uit vroegere tijden.

Snel en langzaam.
"Recht toe recht aan, en niet te ingewikkeld", zegt Ditte Stolk, als ik haar vraag wat ze leuk vindt aan breien, "en die pennen nummer 15 waar ik mee moest breien voor de Kaart vond ik helemaal fijn. Lekker opschieten, daar hou ik van".

Ditte met een gevilt slofje.
Sinds enkele jaren woont Ditte definitief op Texel. Al enige tijd daarvoor had ze een caravan vlak onder de vuurtoren staan, waar ze regelmatig vanuit Rotterdam naar toe kwam.
Daar, in het hoge noorden van het eiland, wist ze enkele nieuwsgierige jongetjes uit de polder te interesseren voor het maken van vilt, ook een hobby van haar. Zachte schapen haren in patroon leggen, bubbeltjes plastic  eroverheen, warm water met zachte zeep erover en lang en rustig wrijven tot het een heuse lap wordt. De kinderen vonden het geweldig om te doen en keken er naar uit als Ditte weer zou komen. Het samen met Ditte vilten leek een warme toevoeging in hun dagelijkse leven van meehelpen op de boerderij en door weer en wind het lange eind naar school toe fietsen.

Het langzame vilten lijkt een tegenstelling tot het snelle breien. Ditte moet zich er ook even toe zetten, maar als ze dat eenmaal heeft gedaan vindt ze het heerlijk om te doen en werkt het meditatief voor haar.
Op www.slofjesvanditte.nl is meer te vinden over het viltwerk van Ditte.
Om een slofje te vilten moet ze vier uur wrijven, en ja, eigenlijk had ze liever dat het in 1 uur al klaar zou zijn...

Inmiddels is Ditte voor de Kaart begonnen met het schilderen van de dorpen.

Natuur en keramiek.

"Als mensen me vragen wat voor vogel het is zeg ik altijd "een roepie-roepie vogel"", zegt Truus Hoogenbosch, "want standaard vogels maken dat doe ik niet".
Truus is verslaafd aan keramiek maken, zegt ze zelf, en een van haar favoriete onderwerpen is vogels.

Truus in haar atelier
Tijdens haar opleiding als kleuterleidster had ze altijd de hoogste cijfers voor de creatieve vakken. Ze heeft van alles gedaan: wandkleden gemaakt, aquarelleren, tekenen. En hoewel ze op de breiclub van Oudeschild zit, breit ze niet. Vroeger wel, nou ja, ze heeft toen wel flink aan de sok die ze op de pennen had getrokken om hem langer te maken...

Truus houdt van de natuur, dat is ook wat ze opzoekt als ze op reis gaat.
Zo is ze op Shri Lanka geweest, heeft door een sieraden maker die daar aan het strand woonde een ring laten maken en met locale mensen contact gehad.
Twee weken na haar thuiskomst brak de tsunami uit. Ze realiseerde zich dat de sieraden maker en de mensen die ze daar op dat strand gesproken had hoogstwaarschijnlijk niet meer in leven zouden zijn.
Ze heeft er een beeldje over gemaakt, thuis. Raku gebakken, een bewerkelijk proces, ze is er een hele dag mee bezig geweest. Uit eerbetoon, voor die mensen, daar.

" In klei kan ik me uiten", zegt Truus, " ik vind het zo fijn om te doen, ik vergeet soms om te eten".

Voor de Kaart heeft Truus verschillende kerken van het eiland bestudeerd en in klei nagemaakt.
Ook de twee molens en de vuurtoren zijn van haar hand.



donderdag 24 november 2011

Proefhangen





Voordat we ons feestje gingen vieren in Dennenoord, vorige keer, was er eerst een 'blik in de schuur' om het naaiwerk te bekijken en de stand van zaken.
Er werd heel wat bepraat in de schuur, rond het werk, waaronder: "ja, dat ziet er zo wel goed uit, maar hoe is dat als je om hoog moet kijken, op 4 meter hoogte? Hoe ziet dat er dan uit?"
Zelf had ik altijd gedacht dat dat wel ongeveer hetzelfde zou zijn.
Eigen-wijs-heid betekend in mijn optiek ook opmerkingen van anderen tot je laten komen, en besloot met de reacties iets te gaan doen.


Nu hadden Wim en Biem ongeveer een maand geleden een paar katrollen met touwen op zo'n 4 meter hoogte bevestigd, voor als ik proeven wilde ophangen.
De tijd was daar om dit systeem te gaan gebruiken.




Voor het proefhangen heb ik een apart stukje gemaakt, inclusief dorp-met-kerk. Want daar waren ook vraagtekens bij. Door die vraagtekens was ik inmiddels zelf ook benieuwd geworden hoe dat er uit zou zien, een kerk-op-zijn-kop.


Proefhangstukje met wit kerkje-op-zijn-kop.


Door het proefhangen kreeg ik genoeg informatie: Ditte kon de dorpen gaan beschilderen, en Truus de kerken kleien!







vrijdag 11 november 2011

Feessie

Tijd voor een terugblik, en vieren van wat er allemaal al 'geklaard' is.
Tijd voor een klein feessie, in Dennenoord, waar het warm en knus was op deze koude november-namiddag.

In Dennenoord, vlnr: Riek, Nel, Wil en Corrie
Een terugblik naar het uitzoeken van de vachten die gesponnen moesten worden. En daarna het spinnen zelf: een enorme klus waarvan Lies, Grietje, Tiny en Ineke het leeuwendeel voor hun rekening hebben genomen. Ze hebben zich rot gesponnen.


Het verven van de wol. Tineke die hierover kon vertellen toen ze door een man bij Tienhoven werd aangesproken voor het kaalplukken van een grote boerenwormkruid-plant. Waarop de man verzuchtte: "ik hoop niet dat je elk jaar een kaart van Texel gaat verven". Hij genoot ieder jaar weer van de gele kleurenpracht.
En Nieteke die de kleur van de poldertjes rond De Koog maar niet goed kon krijgen. De 'niet goed kleuren' bleken 'wel goed kleuren'; ik heb ze allemaal in de Kaart kunnen gebruiken.


Het maken van het frame, wat ook een hele klus bleek te zijn. Samen met eerst Jan, en later Wim en Biem is het prettig gegaan en prachtig geworden. Het frame op zich is eigenlijk al een 'museum piece' en had zo in het museum kunnen hangen: ' IJzeren Kaart van Texel'.


Rebecca en Tineke
Mijn paniek toen de eerste breisels op pennen nummer 8 binnenkwamen. Als we zo door zouden gaan, zou ik zeker de helft gesponnen wol te kort komen!
Grotere pennen bleek de oplossing, de wol breit dan verder uit en de mogelijkheid bestaat om het meer op te rekken.
Er bleken meer voordelen aan te zitten: er was genoeg wol, het zag er veel beter uit, en het breidde veel sneller.
Voor veel breisters was het wel even wennen om met pennen nummer 15 te breien, toch een soort van kleine boomstammetjes zijn dat.


En nu het opnaaien van de breisels op het stramien. Weer een enorme klus.
Ik moet inmiddels erkennen dat ik de neiging heb de meeste klussen te onderschatten. Riet zei het laatst al tegen me: "Jij denkt dat alles zo gebeurt is'. Dat klopt, dat denk ik vaak. Alleen is het niet zo. Toen ik het er met Riek over had vertelde ze me dat haar moeder vaak zei: " Der benne viel werkies zonder naam." Ja, dat herken ik wel, er valt hier nog wel wat te leren voor me...


Naaiwerk bekijken, met op de voorgrond het ' Ouwe land'.  
De meeste spinsters, verfsters en breisters gaan gewoon door. Met naaien nu, de meesten liefst thuis. Grote rollen stramien met breisels erop gespeld nemen ze onder hun arm mee het atelier uit. En genaaid het atelier weer in.
Ook deze klus staat al weer behoorlijk op de rails dankzij de inzet van deze geweldige vrouwen.



zaterdag 5 november 2011

Meer breisters in beeld

Volledig dier
"Sorry als ik naar vis ruik", excuseerd Christine Koersen zich terwijl ze het atelier binnenstapt, "ik heb net de zeehonden gevoerd". Christine is dierenverzorgster en educatief medewerkster bij Ecomare.

Christine met  te breien wol voor het ' Oude land'
Voordat ze zeven jaar geleden op Texel neerstreek, werkte Christine op een melkschapen bedrijf in Exel. Daar heeft ze de waarde van wol leren kennen. Ze vindt het een fantastisch product, omdat je heel veel mee kan doen: spinnen, vilten, breien, knopen, haken, zonder dat je het dier ervoor hoeft te doden. En het is warm, zacht, isolerend, natuurlijk. Heel anders dan kunstoffen.


Eigenlijk heeft ze meer met landbouwdieren dan met 'wilde' dieren.
Ze heeft iets met schapen, ze vindt ze geweldig. Een schaap noemt ze een ' volledig dier': het geeft melk, wol, vlees en vachten. Ze maakt een vergelijking met de Kaart, wat ze een ' volledig project' noemt: materiaal, mensen die eraan werken, allemaal van het eiland, en het product wordt het eiland...(wat een mooi compliment).

"Een ander heeft YouTube nodig om dingen uit te vinden, ik heb mijn moeder, die kan me alles over handwerken uitleggen".
Ze breit graag en vindt de Kaart een prachtig doel om voor te breien. Het is niet alleen het eindproduct wat haar aan het breien houdt. Na een dag hard werken vindt ze het heerlijk om te kunnen breien, het ontspant haar, het geeft haar weer energie.


Maggi
"Ik hou niet van sokken breien", zegt Nel Boersen, "want als je er eentje klaar hebt moet je er nog een precies hetzelfde breien".
Nel Boersen
Nel houdt niet van dingen na maken. Een voor-geprint borduurpatroon laat ze links liggen, maar een telpatroon pakt ze wel op: "want dan zie je het werk groeien" zegt ze, en dat boeit haar.
"Je zult het werk nu wel zien groeien", zegt ze dan ook enthousiast als we het over de Kaart hebben. En dat klopt, de Kaart 'groeit', volgende week komt ze het bekijken.


Negenentwintig jaar geleden begon Nel als vrijwilligster bij het Rode Kruis. Ze is zelfs een tijdje afdelingsvoorzitster Sociale Contacten geweest. 
Als vrijwilligster bezoek je mensen, en biedt ze de mogelijkheid handwerkproducten te maken voor het Rode Kruis. Het Rode Kruis zorgt voor de materialen en hiervan worden dan schortjes, kleden en sokken gemaakt, die verkocht worden op markten en op de folklore.


Van die materialen blijven vaak wat resten over. Nel zoekt uit deze 'ressies' wat mooie combinaties bij elkaar en haakt daar weer pannenlappen van. Het patroon is helemaal eigen ontwerp.
Van de babysokjes die ze op de pennen heeft staan heeft ze een basispatroon. De variaties hierop bedenkt ze zelf. Het levert een bijzonder gevarieerde hoeveelheid sokjes op, waarvan geen paar hetzelfde is.
"Een beetje van Maggi en een beetje van mijzelf", zegt Nel zelf over haar werkwijze.


Verassinkjes
"Sokken breien zit in mijn familie", zegt Riet Broersma.


Riet Broersma
Voor haar moeder was het zelfs een teken van leven. "Ik denk dat ik dood ga, want ik kan niet meer breien", zei ze op een dag tegen Riet. "Zou jij de sokken die ik op de pennen heb af willen maken?" Dat heeft Riet gedaan. Haar moeder ging toen echter niet dood, ze is naar een verzorgingshuis verhuisd en heeft daar nog zeker 30 paar sokken gebreid.


Als kind moest Riet iedere dag na school10 toeren sokken breien. En op zaterdag 20 toeren, 'want dan had je toch vrij'. Zwarte sokken werden er gebreid, voor haar vader.
Om het breien te stimuleren had haar moeder diep in iedere bol, aan het begindraadje, een klein verrassinkje geknoopt in de vorm van een armbandje, bedeltje of iets van die aard. Nieuwsgierig als ze was plukte ze altijd nog ver voor het eind in zicht was door de bol heen om te kijken wat deze keer de verassing zou zijn.


Niet alleen handwerken, maar ook met haar handen werken is Riet niet vreemd.
Als meisje van 14 jaar ging ze op de fiets van 't Horntje naar Den Burg om daar huishoudelijk werk te doen in een gezin. Eerst de witte was op de hand wassen en daarna de bonte was, ook op de hand. "Je wist toen niet beter", zegt Riet er nu over.


Riet heeft  sokken op de pennen staan, babysokjes. "Ach, dat is niks", zegt ze erover, "in een klein uurtje heb ik er eentje klaar".



zaterdag 29 oktober 2011

Van ijzerwerkplaats naar textielatelier

Een metamorfose, dezelfde werkplek, een andere functie.
Eigenlijk zit ik in een koelcel te werken. Niet dat het er koud is, maar dat was de oorspronkelijke functie van de plek waar ik nu werk. Een koelcel voor bloembollen.
Het grote voordeel hiervan is dat het een goed geïsoleerde ruimte is, en als ik de verwarming aansteek (een terrasverwarmer op flessengas) dan blijft het er lekker lang warm.


Grietje Trap en Lies Bremer in het ' textielatelier'
De schuur op de Rozendijk heeft veel meer voordelen. Zo is er buiten de ruimte van alles wat ik kan en mag gebruiken: een keuken met koffieautomaat, stoelen, pallets, bakstenen, platen hout, tot een heftruck aan toe die we in hebben gezet om de fotograaf van de Texelse Courant op grote hoogte te brengen voor het maken van de mooie foto laatst. 
En als ik iets opgelost wil hebben bel ik gewoon Werner Dros, de eigenaar op. Die is er voor elk probleem, wat ook de slogan voor zijn bedrijf is. Veel dank voor de vele mogelijkheden en de creatieve oplossingen aan mijn zus Frieda en haar man Werner, de eigenaren van deze fijne plek.


De herfst is nu echt gekomen, en daarmee ook soms kou.
Hadden we bij het ijzerwerk de deuren open en werd er gelast op de rijing, nu houden we de deuren dicht zodat de warmte bij ons blijft. Het heeft iets knus's.


Water knopen, wegen naaien, dijken lijmen.
Water knopen


De spinsters zijn naaisters geworden: Tiny naait de Pontweg aan elkaar, en Lies en Grietje de Prins Hendrikpolder op het stramien.
Ik richt mij op het maken van 'naaipakketten', stukken stramien ( een hele grove, stijve borduurstof), met het breisel wat er op genaaid moet worden. Want ook de breisters willen wel naaisters worden. Gelukkig, want er is verschrikkelijk veel naaiwerk te doen!
De meeste breisters willen het graag thuis doen, vandaar dat ik die ' pakketjes'  voor ze maak.


                                                                   Stramien knippen voor de duinen.

Twee bevriende actrices uit Amsterdam, Mirjam Schilte en Tjitske Deinum wilde de drukte van de stad even ontlopen en kwamen een dagje naaien in de schuur. Ze kenden het eiland al een beetje. Als onderdeel van een fiets-en theaterroute speelden ze afgelopen zomer een hilarische voorstelling in een pipo-wagen op de haven van Oudeschild.
Ze vonden het rustgevend, zo wat handwerken in de schuur. Lekker een dagje afgesloten van de drukke wereld.


Tjitske en Mirjam naaien een stukje van het oude land op stramien.

Ook mijn neef Ed is een paar daagjes uit Amsterdam overgekomen, ook hij wilde graag een bijdrage leveren. Stramien knippen, groen verven, dijken knippen en erop plakken. Hij heeft zijn eigen dijken-maak-systeem ontwikkeld, en gebruikt bakstenen om de lijm mee aan te drukken.
Langzamerhand begon polder Waalenburg op Manhatten te lijken...


Ed in Manhattan.